6 supertips voor ruziënde brussen (broers en zussen)

In het ervaringsmaatjesproject doen vaak kinderen mee die een broer of zus hebben met een beperking, zoals autisme. het kan wel eens flink lastig zijn om altijd rekening te moeten houden met hem of haar, daarom hebben we onze ervaringsdeskundige stagiaire gevraagd om wat tips te verzamelen voor alle brusjes!

Tip 1: Probeer niet teveel na te denken over je broer of zus
Wanneer je teveel gaat nadenken over jouw broer of zus, gaat je hoofd snel vol zitten. Om dit te voorkomen of te verhelpen kun je het  best je hoofd leeg maken door iets voor jezelf te doen. Zo kun je bijvoorbeeld gaan skeeleren, buiten spelen, tekenen of je gedachten op papier zetten zodat je deze gedachten van je af kunt zetten.

Tip 2: Bespreek dingen met je ouders
Wanneer je ergens tegen aan loopt of dingen niet goed gaan tussen jou en je broer/zus, bespreek dit dan met je ouders. Doe dit ook echt en maak hier afspraken met je ouders over hoe jullie dit gaan doen! Vind je dit moeilijk, zeg dan dat je bijvoorbeeld een rondje wilt lopen of even iets wilt doen met je ouders, zodat je het dan tijdens dit moment kan bespreken.

Tip 3: Laat bij een akkefietje eerst alles bezinken
Ontstaat er een akkefietje, laat dan alles eerst eens bezinken, word rustig, daarna kun je één van de volgende tips inzetten:

  • Geef het duidelijk aan als je iets niet leuk of fijn vindt
  • Negeer het gedrag
  • Leid hem/haar af bijvoorbeeld door iets te gaan doen dat jullie beiden leuk vinden, een grapje te maken of door hem/haar gelijk te geven als dat kan en goed voelt natuurlijk
  • Loop (even) weg
  • Ga naar je ouders

Tip 4: Praat over je gevoelens met vrienden en/of vriendinnen
Wanneer je ergens mee zit, zorg er dan voor dat andere mensen weten dat jij hier mee zit. Zo kunnen zij jou helpen en hoef je niet alles alleen te doen. Praat dus met je vrienden of vriendinnen wanneer je bijvoorbeeld boos bent. Zo weten zij wat er aan de hand is en kunnen zij hier rekening mee houden of jou helpen om over jouw boosheid heen te komen.

Tip 5: Probeer jezelf aan te voelen
Ga voor je zelf voelen wanneer jouw grens is bereikt en je dus boos gaat worden op je broer/zus, ken je dat punt eenmaal, dan kun je veel beter kiezen wat je dan gaat doen: weglopen, afleiden, je grenzen aangeven, praten of naar je ouders gaan

Tip 6: Ga mee met leuke activiteiten voor jonge mantelzorgers in jouw woonplaats en ontmoet andere jmz’ers! 
Er zijn bijna in elke gemeente leuke activiteiten voor jonge mantelzorgers. je zult zien dat er veel meer kinderen zijn die net als jij een irritante broer of zus hebben. het kan fijn zijn om te horen dat je niet de enige bent. Tijdens deze activiteiten hoef je ook geen rekening te houden met jouw broer of zus die een beperking heeft, want hij of zij mag vaak niet mee.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.